Panna cotta

Voor de panna cotta
¾ liter room
1 vanillestokje
75 g suiker
Stuk schil van een onbespoten citroen
5 blaadjes witte gelatine

Voor de abrikozensaus
250 g rijpe abrikozen
5 cl rietsuikersiroop
1 el limoensap
2 cl apricot brandy
1 cl cognac

Extra: 4 vuurvaste vormpjes van 2 dl inhoud, 2 abrikozen, 4 chocolablaadjes als garnering


  1. Breng voor de panna cotta eerst in een pan de room met het in de lengte opengespleten vanillestokje, de suiker en het stukje citroenschil aan de kook. Laat de room vervolgens ong 15 min zachtjes koken op een middelhoogvuur en roer daarbij regelmatig door. Neem de pan van het vuur, verwijder het vanillestokje en schraap er boven de pan het merg uit. Verwijder daarna het stukje citroenschil.
  2. Week de blaadjes gelatine in koud water, knijp ze vervolgens zorgvuldig uit en los de gelatine op in de nog warme room.
  3. Spoel de vormpjes met koud water om, vul ze met de roomcrème en laat ze in 5 tot 6 uur in de koelkast opstijven.
  4. Blancheer de abrikozen voor de saus kort in kokend water, spoel ze onder de koude kraan en trek er de velletjes af. Halveer en ontpit de abrikozen vervolgens. Pureer het vruchtvlees met een staafmixer en wrijf het dan door een zeef. Breng de abrikozenpuree met de rietsuikersiroop, het limoensap, de brandy en de cognac aan de kook en laat ca 5 min sudderen. Neem van het vuur en laat afkoelen.
  5. Blancheer de abrikozen voor de garnering, ontvel en halveer ze en verwijder de pitten.
  6. Neem de vormpjes met de panna cotta uit de koelkast, ga met een mes langs de randen, dompel ze even in heet water en stort de puddinkjes dan op dessertborden. Leg op ieder bord naast het puddinkje een gehalveerde abrikoos. Schenk er daarna wat van de abrikozensaus over, maar mors geen saus over de pudding. Garneer het geheel met een chocoladeblaadje en dien op.